GEWENSCHTE VERTROOSTING
naar aanleiding van de leergeschillen in de gereformeerde kerken
door
Dr. B. Wielenga
J.H. Kok, Kampen (z.j.)
Dr. B. Wielenga schreef dit werkje ter verheldering en ter vredestichting in de door hem terecht zo genaamde 'ellendigheid', waarin de G.K.N. (hij spreekt ten onrechte steeds van 'de Kerk', dus in het enkelvoud) door de leergeschillen zijn geraakt. Dit, omdat ook na de synodale beslissingen de strijd over de dogmatische en kerkrechtelijke moeilijkheden voortwoedt. Op het moment van schrijven had toen reeds een aantal bezwaarden de G.K.N. reeds verlaten.
Overigens heb ik zelf, inmiddels het e.e.a. gelezen hebbende, begrepen, dat dat voornoemde gevoel van 'ellendigheid' zich beperkte tot mijn synodale zijde. De zgn. 'vrijgemaakten' waren juist opgetogen, blij te moede, dat er sprake was van deze kerkscheuring (sic). Wanneer ik D.V. later nog een andere publicatie hierover op deze webstek moge plaatsen, zal dat blijken. Maar ik wil wel zeggen, dat die geest van uitbundigheid aan de zijde der kerkscheurders puur onbijbels was, als ik dit vergelijk met hetgeen Wielenga op de pp. 3-4 verhaalt over de kerkelijke strijd in Handelingen 15. Voorafgaande aan die meerdere vergadering overheerste in de kerk, zo schrijft Wielenga,
'wegens den twist, niet toorn, wraakzucht, maar droefheid. De geloovigen hadden de kerk, als schepping van Christus, als instituut des heils, en als openbaring van de gemeenschap der heiligen, te lief dan dat zij niet diep innerlijk zouden treuren, om de verdeeldheid en de wereldsche (vet R.B.) vechthouding van zeer begaafde en geliefde broeders'.
Maak jouw eigen website met JouwWeb