Thuispagina » Commentaren » Hereniging zeventien oude Nederlandse provincies

HERENIGING ZEVENTIEN OUDE NEDERLANDSE PROVINCIES[1]

 

In deze bijdrage wil ik reageren op de artikelen ‘Voeg Brabant en Limburg samen met Vlaanderen’ van J.W. Kooten en ‘Laat Vlaanderen zichzelf blijven’ van Jos Klink (Nederlands Dagblad resp. d.d. 16 en 21 mei).

Met name het stuk van Koten is zeer anti-Nederlands. De Leo Belgicus wordt bij hem in drieën gehakt. Terwijl alle zeventien oude Nederlandse provinciën bij elkaar horen. Tegenwoordig is de tegenstelling protestants-katholiek geen grond meer om gescheiden te blijven. Dus is het het beste om weer samen sterk te staan voor de Nederlandse cultuur in een zich herenigend Europa, met voor Wallonië een Quebec-achtige status. Ik voel er dus helemaal niets voor om Wallonië aan Frankrijk te laten. Wallonië heeft ook nooit tot Frankrijk behoord. Integendeel: Frankrijk zou zonder tegenprestatie het door hem geannexeerde deel van Vlaanderen terug moeten geven.

Als wedergoedmaking voor al het leed dat Frankrijk de eeuwen door de Lage Landen heeft aangedaan (landjepik, plundering, uitmoorden, cultuurschatroof). De Fransen zouden er des te minder moeite mee moeten hebben om ingepikte gebieden, waarvan de bevolking talig en cultureel is onderdrukt, terug te geven, nu wij de heilige Franse verontwaardiging waarnemen over China’s brute bezetting van Tibet.

De grens-Nederduitsers van Kleef, Bentheim, Opper-Gelre en Oost-Friesland, wier volkstaal – een variant van het Nederlands – door het Hoogduits der Pruisen is onderdukt, mogen zich bij ons aansluiten, niet andersom, en het Waalse deel van Luxemburg kan bij het gelijknamige Groothertogdom worden gevoegd. De vlag worde weer het oranje-blanje-bleu, met Brussel als hoofdstad en ’s-Gravenhage als residentie voor het Huis van Oranje-Nassau.

Onderschat, naast de economische kracht, ook niet de dynamiek en geestdrift die dan los zullen komen, ik sluit een nieuwe Gouden Eeuw niet uit. De staatsvorm zij er één met enerzijds iets van een koepel en andererzijds grote lokale bevoegdheden, om recht te doen aan de inderdaad grote regionale variabiliteit. Daarvoor hoef je echt niet uiteen te gaan in verschillende landen. In Duitsland heeft de Hamburger ook een heel andere mentaliteit en subcultuur dan de Beier. Denk ook aan de grote Russische vaderlandsliefde in een toch zo onmetelijk land, en aan China dat, hoewel zo groot, nu toch collectief rouwt na een aardbeving.

Taal

Ik vraag mij af hoe de heer Koten kan denken dat het Nederlands gered kan worden door aansluiting van Nederland en Vlaanderen bij Duitsland. Dat is van de Engelstalige regen in de Duitstalige drup. En hoe kan het dat Nederland en Vlaanderen volgens hem niet samen één staat kunnen vormen, maar wel allebei afzonderlijk onderdeel kunnen uitmaken van een groter Duits staatsverband?

Het weer uiteengaan na de korte hereniging in de negentiende eeuw, dat Klink noemt, was vooral het werk van de heersende Franstalige bovenlaag van ultra-rooms-katholieken en liberalen, aangesticht door Franse agenten. De geminachte en ten achter gestelde Vlamingen waren helemaal niet zo separatistisch, waardeerden koning Willem I juist, maar hadden niets te vertellen.

Oorlog voorbij

Voor zover het door militaire tegenslag kwam dat Noord en Zuid niet geheel, maar alleen voor wat betreft het huidige Noord-Brabantse en Nederlands-Limburgse deel herenigd zijn, zou ik zeggen: die (oorlogs)tijd is nu voorbij. Noord-Brabant kan dan een mooie brugfunctie vervullen: enerzijds veel Hollandser dan Vlaanderen, waar Klink al zelf op wees; andererzijds veel Vlaamser dan Holland. Klink hamert op die sociale en culturele verschillen. Maar die bestaan ook tussen een Fries en een Limburger. Laten we positief zijn en zeggen: dat zal een geweldig land worden, rijk aan subculturele diversiteit, waaraan recht kan worden gedaan door middel van grote regionale autonomie, maar met één generaliteit voor overkoepelende belangen. Het is ontzettend leuk om de wedergeboorte van de herenigde Nederlanden mee te maken. Als de Walen niet mochten willen, dan moeten zij zich maar afscheiden, zijn zij de separatisten, niet de Vlamingen.   



[1] Eerder verschenen in het Nederlands Dagblad, de tweede van zomermaand 2008 en met mijn toestemming overgenomen in Zannekin 25 (2008): pp. 11-12.