Nabeschouwing

  1. Nabeschouwing

 

Terugblikkend is duidelijk, dat de evolutieleer in de Nederlandse gereformeerde, neocalvinistische wereld in het algemeen een negatief onthaal ten deel viel. Slechts de gewezen V.U.-hoogleraar Lever omarmde de evolutietheorie, al deed hij dat in bedekte termen, om haar ook in het gereformeerde volksdeel ingang te doen vinden.

Goede critiek hebben de vier in deze scriptie behandelde wetenschappers, Kuyper, Diemer, Dooyeweerd en Duyvené de Wit, vanuit hun calvinistische levensovertuiging geleverd. Niet in de laatste plaats was dat immanente critiek, waaraan andersdenkenden niet simpelweg voorbij kunnen gaan door te stellen, dat de te berde gebrachte critische momenten slechts in christelijke kring van pas komen. Verheugend is het, hoezeer bovengenoemde vier heren in hun opinie t.a.v. de evolutieleer op één lijn zitten, wat bv. treffend tot uiting komt in het door zowel Diemer, als Dooyeweerd, als Duyvené de Wit als kennistheoretisch fundament van de biologische vakwetenschap zien van de correlatie van een modaal biologisch functiebegrip met een bovenmodaal typusbegrip.

Op Genesis 1 hebben Diemer en Dooyeweerd een belangwekkende visie, waarbij zij de H. Schrift zelve laten spreken en waarin het onderscheid tussen de schepping (ook van de (kosmische) tijd zelve) enerzijds en het wordingsproces in de tijd andererzijds centraal staat.        

Even bevreemdend als bedroevend is het daarom, dat het evolutionisme eveneens in de gereformeerde wereld zoveel aanhang heeft gekregen en dat een man als Lever veel meer bekendheid geniet dan een Diemer, een Duyvené de Wit en zelfs een Dooyeweerd. Ware Duyvené de Wit niet slechts enige jaren na het begin zijner hoogleraarschap aan de V.U. ingegaan op de beroeping uit Zuid-Afrika om door Lever opgevolgd te worden, dan zouden zaken in dit opzicht wellicht geheel anders gelopen zijn. Zo blijkt maar weer eens door wat voor soort van min of meer toevallige, ja, zelfs vaak triviale factoren de loop der geschiedenis wordt bepaald. Maar ter relativering hiervan zij ook bedacht dat, zoals men dat noemt, voor veranderingen in het geestesklimaat ‘de tijd vaak rijp is’. Zou Lever niet op dat moment Duyvené de Wit als hoogleraar opgevolgd zijn en vanuit die positie met wetenschappelijk gezag op hebben kunnen treden, dan zou hij zulks wellicht langs andere wegen hebben gedaan, of zou een ander dat hebben gedaan. Neocalvinisten hadden en hebben immers niet te strijden tegen vlees en bloed, maar hebben te kampen met de machten en krachten in de lucht, zoals de apostel Paulus het noemt, die mensen zoals Lever en in zijn voetspoor Kuitert, die de gereformeerde wereld, tot zijn eigen oordeel[1], nog veel grotere schade heeft berokkend dan Lever, slechts als vehikel gebruiken[2], hierbij het woord van de apostel indachtig: ‘Zij zijn uit ons uitgegaan, maar zij waren uit ons niet’[3]. Maar zij zouden nooit zoveel succes met hun boeken, artikelen en N.C.R.V.- radiotoespraken hebben kunnen boeken als zij niet juist dát geluid lieten horen wat het zich formeel (onterecht) nog ‘gereformeerd’ noemende publiek ten diepste wilde horen.             



[1] Behoudens uiteraard een bekering, wellicht pas op de stervenssponde, waarvan mogelijk alleen God en Kuitert zelve zullen weten.

[2] Al beseften zij dit denkelijk niet, wat hen overigens niet vrijpleit van eigen verantwoordelijkheid!

[3] 1 Joh. 2:19