1. Inleiding

 

HET EVOLUTIONISME REFORMATORISCH-WIJSGERIG BESCHOUWD[1]

 

 

 

 

 

Biohistorisch Instituut

Rijksuniversiteit Utrecht

door

R. Benjamin

mei – september 1987

 

 

 

 

 

 

 

INHOUDSOPGAVE

  1. Inleiding                                                                                                                           
  2. Het ontstaan van het Darwinisme
  3. Hoe het Darwinisme ontvangen werd

3.1             In Groot-Brittannië

3.2             Buiten Groot-Brittannië

  1. De ontvangst van de evolutieleer in Nederland in de periode 1860-1875

4.1             Het denkklimaat

4.2             Toeval of plan?

4.3             De afstamming van de mens

4.4             De mens in de strijd om het bestaan

4.5             Evolutiegedachte en wereldbeschouwing

4.6             Slotbeschouwing

  1. Invloeden van de evolutieleer buiten de biologie

5.1             Evolutie en ethiek

5.2             Evolutie en de positie van de mens

  1. De visie van dr. A. Kuyper op de evolutietheorie

6.1             Inleiding

6.2             Het evolutiedogma biedt eenheid van conceptie

6.3             De onaanvaardbaarheid van het evolutiedogma voor het christendom

6.4             Weging van de ter onderbouwing van de evolutietheorie aangedragen natuurwetenschappelijke argumenten

6.5             Critiek die Kuyper op het evolutiedogma levert vanuit aesthetisch, ethisch en religieus oogpunt

6.5.1         Inleiding

6.5.2         Critiek vanuit de aesthetica

6.5.3         Critiek vanuit de ethiek

6.5.4         Critiek vanuit de religie

  1. Korte uiteenzetting van enige kernpunten van de wijsbegeerte der wetsidee

7.1             Inleiding                                                                                                               

7.2             Uit het hart zijn de uitgangen des levens

7.3             Het archimedisch punt

7.4             Het grondmotief der wijsbegeerte der wetsidee

7.5             De wetsidee

7.6             De zin van de werkelijkheid

7.7             Het ontsluitingsproces

7.8             De zelfheid en haar relaties

7.9             De identiteitservaring

7.10          Conclusie

  1. Dr. J.H. Diemer

8.1             Inleiding

8.2             Christelijke wetenschap

8.3             De wetsidee

8.4             De natuurwetten

8.5             Kosmologische analyse

8.6             De tijd waarin Diemer leefde

8.7             Evolutie

8.8             Vitalisme en holisme

8.8.1         Inleiding

8.8.2         Vitalisme

8.8.3         Holisme

8.8.4         Besluit

8.9             De oorsprong dezer tijdelijke werkelijkheid

8.10          Besluit

  1. De visie van prof. dr. H. Dooyeweerd op de evolutieleer

9.1             Inleiding

9.2             Schepping en wording

9.3             Spontane generatie

9.4             Het soortbegrip

9.5             Het ontstaan van het leven

9.6             Besluit

  1. Prof. dr. J.J. Duyvené de Wit

10.1          Inleiding

10.2          De Wits critiek op de evolutietheorie

10.3          Het corticotype

10.4          Besluit

  1. Nabeschouwing

 

 

Hoofdstuk 1

INLEIDING

 

Het doel van deze scriptie is weer te geven, hoe in gereformeerd Nederland de evolutieleer ontvangen en beschouwd werd. Daartoe is eerst, in hoofdstuk twee, in grote lijnen de ontstaansgeschiedenis van de evolutietheorie geschetst, en in de hoofdstukken drie en vier de ontvangst die haar ten deel viel, in het buitenland respectievelijk in Nederland[2]. Hoofdstuk vijf handelt over de invloed die de evolutieleer buiten de biologie heeft uitgeoefend en mogelijk nog immer uitoefent.

De beschrijving van de houding van het gereformeerde volksdeel tegenover het evolutionisme begint met een behandeling van de evolutierede van 1899 van de grote emancipator der gereformeerden, Abraham Kuyper, in hoofdstuk zes. Vervolgens volgt in hoofdstuk zever een beknopte uiteenzetting van het door de gereformeerde filosoof/jurist Herman Dooyeweerd ontworpen wijsgerig stelsel dat luistert naar de naam ‘wijsbegeerte der wetsidee’ (afgekort: WdW)., die vereist is om zich op de hoogte te kunnen stellen van de visie op de evolutieleer van de gereformeerde biologen J.H. Diemer (hoofdstuk acht) en J.J. Duyvené de Wit (hoofdstuk tien), en van die van dr. Dooyeweerd zelf (in hoofdstuk negen).

De theïstisch-evolutionistische denkbeelden van de destijds aan de V.U. verbonden prof. dr. J. Lever komen, vanwege het tijdsbestek waarin deze scriptie is geschreven, niet expliciet aan de orde.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 



[1] In (zeer) geringe mate bewerkte versie van mijn doctoraal-scriptie theoretische biologie.

[2] Bij de beschrijving in deze scriptie van m.n. de ontvangst van de evolutieleer in Nederland is veel gebruik gemaakt van: J.G. Hegeman: Nederlandse reacties op de evolutieleer 1860-1875; Bijdragen en mededelingen betreffende de geschiedenis der Nederlanden 85 (1970): pp. 261-314 (in het vervolg: Hegeman).