Thuispagina » Artikelen » Cultuurfilosofie » Het cultuur-historische aspect en de Babelcultuur » 2. Het historische aspect als 'knooppunt' in de cultuurontwikkeling

2. Het historische aspect als ‘knooppunt’ in de cultuurontwikkeling

Een belangrijk punt binnen Dooyeweerds cultuurfilosofie betreft het zgn. (cultuur-) historische aspect als het ‘knooppunt’ (‘nodal point’ genaamd in zijn ‘A New Critique of Theoretical Thought’, afgekort: NC) in de ontwikkeling van de menselijke culturen. De cultuurontwikkeling vindt in de transcendente[1] richting van de kosmische tijd plaats, onder leiding van de pistische (= geloofs-) functie, die in dezen de rol van ‘primus inter pares’[2] onder de modaliteiten/modale functies vervult:

‘It is this function which ultimately guides the opening process without itself being guided by a later temporal meaning-function (…) the entire opening-process makes an appeal to Faith in its modal functional structure’[3];

‘For, although the historical sphere is basic in the normative process of disclosure, that of faith is the guiding function in the transcendental direction of time’[4].

Maar ten diepste vindt de cultuurontsluiting plaats onder leiding van het in een bepaalde cultuurkring heersende religieuze grondmotief (levensbeschouwing, wereldbeschouwing):

‘Faith, as the transcendental terminal function of the entire process of disclosure in the meaning-structure of the cosmos, is driven non directly by impulses from the religious root of human existence, either for good or for evil’[5];

‘Only in the ‘heart’ does the function of faith find its religious concentration, and from this spiritual root of our existence the direction of our believing is determined’[6].

Dat staat in dit artikel niet ter discussie.

_________________________ 

 

[1] In het Engels van de ‘New Critique’ staat er ‘transcendental’ maar dat lijkt mij een minder adequate vertaling. Het Nederlands kent het onderscheid tussen ‘transcendent’ en ‘transcendentaal’. Ik zou in een vertaling dan eerder zoiets als ‘transcending’ verwacht hebben, ook al is dat eigenlijk weer eerder de vertaling van het Nederlandse ‘transcenderende’ i.p.v. ‘transcendente’.    

[2] Cf. L. Kalsbeek: ‘De wijsbegeerte der wetsidee’: p. 188

[3] NC II: p. 291

[4] NC II: p. 298; cf. pp. 310, 315

[5] NC II: p. 293

[6] NC II: p. 299; cf. pp. 302-303