Inleiding

HOOFDSTUK 1.

INLEIDING

 

   In dit werkstuk zal een vergelijking gemaakt worden tussen twee in de eerste helft van deze eeuw ontwikkelde, zgn. transcendentale cultuurfilosofieën. Het betreft hier m.n. die van de Marburger neokantiaan Ernst Cassirer met die van de grondlegger van de neocalvinistische zgn. "wijsbegeerte der wetsidee" (afgekort WdW), Herman Dooyeweerd. Na een afzonder­lijke beschrijving van hun cultuurfilosofieën, in respectieve­lijk de hoofdstukken twee en drie, volgt deze critische onderlinge vergelijking in het vierde hoofdstuk.

   Het lijkt ons zinvol om juist déze twee denkers naast elkaar te plaatsen omdat er, naast belangrijke verschilpunten, even interessante overeenkomsten zijn. Wij denken hier o.a. aan de principiële onderlinge onherleidbaarheid van Cassirers transcendentale symbolische vormen en van Dooyeweerds trans­cendentale modaliteiten. Ook verwerpen beiden een substantia­listische werkelijkheidsvisie op de cultuur, en evenzeer de visie (van o.a. Lévy-Brühl) dat het primitieve denken prae-logisch en mitsdien een evolutionair tussenstadium tussen het dierlijk onderscheidingsvermogen en het logische denken van de moderne mens zou zijn.

   Bovendien menen wij, dat enerzijds voor een goed begrip van Dooye­weerds cultuurfilosofie bekendheid met het denken van Cassirer zeer van pas komt, terwijl anderzijds een confronta­tie van Cassirer met Dooyeweerd haar nut heeft ter bepaling of de eerste op zijn immanentie-standpunt wel consequent is of zelfs kan blijven in zijn transcendentale benadering.

   Voorts zal bij de onderlinge vergelijking worden nagegaan of beiden ook consequent zijn in hun transcendentale benade­ringswijze, of dat er toch een uiteindelijke inbedding is in (één of andere vorm van) het toentertijd zozeer in zwang zijnde evolutionisme. Speciale aandacht zal er daarom zijn voor reductionistische, (macro-)evolutionistische motieven. De schrijver dezes is namelijk de overtuiging toegedaan, dat juist de transcendentale denkwijze een goed alternatief biedt voor het (macro-)evolutionisme, met al zijn (geneigdheid tot) reductie van de naïef ervaren modale en structuurtypische zinverschei­denheid van de werkelijkheid tot (uiteindelijk) bewegende materiedeeltjes van dien. Het zal ten langen leste blijken te gaan om een keuze tussen een open, ruimtelijk-tijdelijk werkelijkheidsbeeld, met een transcendente Schep­per als de Oorsprong van die werkelijkheid enerzijds, en een - onvoorstelbaar - immanent, gesloten beeld van de werkelijkheid als een continue materie­stroom zonder enige structuur andererzijds.